1791: Aanvaarding Grondwet van 3 mei
De aanvaarding van de mei-constitutie op 3 mei 1791
In de achttiende eeuw bevond zich het tot dan toe machtige Polen in een zware crisis. Een
zwakke regering, zelfverrijking en egoïsme van de adel en expansiedriften van machtige
buurlanden leidden tot de ondergang van het land. De burgers, door de Verlichting
genspireerd en door de werken van J.J.Rousseau en Ch. De Montesquieu beïnvloed,
probeerden de situatie te veranderen. In de tijd van het Grootparlement ( 1788-1791) bereidde
de vooruitstrevende meerderheid van het Parlement, samen met koning Stanislaus August
Poniatowski, een grondwet voor en besloot op 3 mei dat deze de belangrijkste wetgeving van
het land werd. Voor de eerste keer in Europa en de tweede keer in de wereld ( de eerste was
de wetgeving van de Verenigde Staten) beschreef men op moderne wijze en in de geest van
de Verlichting de politieke staatsvorm van het land. Voor de eerste keer benoemde men als
volk niet alleen de adel maar ook andere bevolkingsgroepen. De burgerij kreeg beperkte
politieke rechten en de boeren werden onder de hoede van de staat genomen. De
machtsverdeling werd sterk gewijzigd. Met de driedeling van de macht als uitgangspunt kreeg
het Parlement, dat bestond uit de Volksvertegenwoordiging en de Senaat ,de wetgevende
macht. De uitvoerende macht kwam aan de koning en zijn ministers, die verantwoording
moesten afleggen aan het Parlement.De rechterlijke macht werd uitgevoerd door de
rechtbanken en tribunalen. De tegenstanders van de grondwet besloten tot de Confederatie
van Targowica en riepen het Russische leger te hulp waarmee de grondwet buiten werking
werd gezet. In de jaren daarop kwam het tot de deling van Polen en het verlies van zijn
zelfstandigheid. Het idee van de Meiwetgeving werd echter het symbool van de Poolse
vrijheidsstrijd.
omhoog